Hoe moet het debat over Cemevi’s als gebedshuizen worden gevoerd?

Hoe moet het debat over Cemevi’s als gebedshuizen worden gevoerd?
Het debat over de status van Cemevi’s in Turkije zit al decennia vast in een vicieuze cirkel. De vraag die meestal centraal staat — “Is een Cemevi een gebedshuis?” — is in feite een oppervlakkige benadering die de kern van de zaak mist. Het werkelijke punt van discussie zou moeten zijn in welke context we de Cemevi als gebedsruimte plaatsen. Beschouwen we het op hetzelfde niveau als een moskee, kerk of synagoge, of zien we het als een uiting van de rijke rituele diversiteit binnen de islam zelf?
Zolang dit onderscheid niet helder wordt gemaakt, zal elke discussie het probleem eerder vergroten dan oplossen.
Moskee en Cem: Twee concepten met dezelfde wortels
Een aspect dat in dit debat vaak over het hoofd wordt gezien, is de taalkundige en conceptuele basis. De woorden “moskee” (Cami) en “Cemevi” putten etymologisch gezien uit dezelfde bron. Beide termen stammen af van de Arabische wortel cmˁ (جمع), wat verzamelen, bijeenkomen of gemeenschap betekent.
Vanuit dit perspectief bezien, zijn zowel de moskee als de Cemevi plaatsen waar moslims samenkomen om hun geloof te belijden. Het verschil ligt niet in de essentie van het geloof, maar in de vorm van de aanbidding en de rituele traditie. De Cem is geen praktijk die buiten de islam staat; binnen de Alevitisch-Bektashi traditie is het een intrinsieke islamitische geloofsuiting. Het op één lijn stellen van een Cemevi met een kerk of synagoge is dan ook een conceptuele fout die het Alevitisme onterecht loskoppelt van zijn eigen wortels.
Geen interreligieuze, maar een intra-religieuze rijkdom
De traditionele opsomming “moskee-kerk-synagoge” staat voor de gebedshuizen van verschillende religies. De Cemevi hoort niet in dit rijtje thuis, omdat het geen onderdeel is van een andere religie, maar van een interpretatie binnen de islam. Het verschil is niet tussen religies, maar binnen de religie. Het negeren van dit onderscheid creëert een taalveld dat het Alevitisme buiten de islam plaatst, wat zowel de historische realiteit als de sociale vrede schaadt.
Een vergelijking met het christendom kan hier verhelderend werken. Binnen het christendom is de kerk de centrale gebedsruimte, maar daarnaast bestaan er kapellen en kloosters. Een kapel of klooster is geen alternatief voor de kerk; ze vertegenwoordigen verschillende tradities en intensiteiten van beleving binnen hetzelfde geloof. Niet elke christen bezoekt een kapel of een klooster, maar dat maakt hun geloof of de status van die plekken niet discutabel.
Hetzelfde geldt voor de islam. Niet elke moslim hoeft naar een Cemevi te gaan. Er zijn mensen die hun geloofsleven rond de moskee inrichten, en er zijn mensen die de voorkeur geven aan de Cem-traditie. Dit is geen teken van verdeeldheid, maar het natuurlijke resultaat van een historische en culturele pluriformiteit.
Secularisme, de staat en de sfeer van het geloof
De kern van de discussie raakt onvermijdelijk aan het principe van secularisme. In een seculiere staat is het niet de taak van de overheid om de inhoud of de vorm van een religie te definiëren. De staat kan niet bepalen welke vorm van aanbidding “superieur” of “authentiek” is. Het domein van het geloof behoort toe aan de samenleving en de gelovigen zelf, niet aan de staat. De enige taak van de staat is om de uitoefening van dit geloof te waarborgen.
De kwestie van de Cemevi’s fungeert hierbij als een lakmoesproef. Wanneer de staat Cemevi’s negeert of in een andere categorie probeert te duwen, bevoordeelt zij in feite de ene geloofsinterpretatie boven de andere. Dit is onverenigbaar met de essentie van het secularisme.
Conclusie: Niet verdelen, maar verenigen
Turkije heeft geen behoefte aan nieuwe breuklijnen op basis van geloof, maar aan een gedeelde basis van burgerschap. Elk discours dat het Alevitisme buiten de islam dwingt, schaadt de maatschappelijke eenheid.
Het erkennen van de Cemevi als een legitieme islamitische gebedsruimte werkt niet versplinterend; integendeel, het werkt verbindend.
Noot: Deze tekst is een vrije vertaling en bewerking gebaseerd op de inzichten van auteur Erdem Cömert.
